22 juni 2010
De formulatack stap voor stap
Snel overstag kunnen gaan (tacken) is essentieel om vooraan in het formulaveld bij de bovenboei aan te komen. Maar hoe doe je dat tacken eigenlijk op een goede manier? Hieronder een stapgewijze beschrijving van snel overstag gaan met een formula. De toppers doen stap 2 t/m 6 in zo ongeveer in DRIE seconden!
Stap 1: De voorbereiding
Haak uit je trapeze, haal je achterste voet uit de band en plaats die op de rail tussen voorste en achterste band. Ook de voorste voet heb je al uit de band losgewrikt.
Stap 2: Oploeven en sterk carven
Doe je zeil iets verder naar achteren -als je het onderlijk al niet op het dek had- en open je zeil iets. Hierdoor wordt de druk in het zeil minder en wordt je gewicht meer op je voeten overgebracht. Leun zoveel mogelijk naar voren, maar oefen maximale druk op achterste voet uit. Het board carvt nu erg sterk en de neus komt omhoog. Het board draait snel tegen de wind in.
Oploeven
Stap 3: De stap naar naar voren
Pak met de voorste hand de giek dicht bij de giekkop (bovengreep). Maak met je voorste voet een grote stap naar voren en zet 'm net voor de mastvoet neer. Tegelijk breng je je lichaamsgewicht op je voorste been, zodat je in één beweging voor de mast komt te staan. Het board is nu met de kop in de wind gedraaid maar heeft nog wel wat voorwaartse snelheid.
Stap naar voren
Stap 4: switchen naar de ander kant
Je trekt je achterste voet bij en draait je lichaam naar de andere kant van het zeil. Maak met je achterste hand een kruisgreep naar de ander kant van de giek en ruk het zeil direct langs je lichaam naar voren.
Switchen
Stap 5: De stap naar achteren
Pak met je nieuwe achterste hand de giek zover mogelijk naar achteren vast. Stap tegelijk met je nieuwe achterste voet zover mogelijk naar achteren, net voor de chickenstrap.
Stap 6: Sterk afvallen en halve wind vaart maken
Pak je met je voorste hand de giek net voor de trapezelijn. Zet je voorste voet ter hoogte van de mast, een beetje aan de buitenkant van het board. Hou het zeil zoveel mogelijk naar voren en ga, met met een ruk aan je giek, met je gewicht zover mogelijk naar achteren aan je zeil hangen. Laat het board afvallen naar halve wind. Duw met je voorste voet de loefzijde van het board naar beneden, zodat de lijzijde bij het afvallen niet in een golf blijft steken.
Afvallen
Daarna pomp je jezelf halve wind weer zo snel mogelijk in plané. Als je weer op snelheid bent loef je op naar aan de wind.
Pompen
Upwind vaartechniek
Je vaart een upwindrak om zo snel mogelijk bij de bovenboei aan te komen. Enerzijds moet je dus een zo hoog mogelijke boardsnelheid hebben, maar ook moet je zo hoog mogelijk proberen te varen. Probeer -zeker in windvlagen- steeds wat hoger te loeven. Wordt je boardsnelheid daardoor lager, dan val je direct weer een stukje af. Je zig-zagt zo als het ware over het water, op zoek naar de hoogste koers.
Close the gap: vaar dus met het onderlijk van het zeil op het dek. Gebruik je benen als schokbrekers voor de golven en probeer als het kan echt steile golven te omzeilen. Hou druk op je achterste voet. Soms lukt het om zelfs upwind wat golven af te rijden, bijvoorbeeld van een voorbijvarende boot of bij een scheve deining.
Close the gap
Als je bij weinig wind door een windgat uit plané dreigt te raken val je af om druk in je zeil te houden, als het moet zelfs tot halve wind. Pas als je weer voldoende druk voelt loef je weer op. Bij weinig wind spelen ervaren formulasurfers tijdens het upwindrak met hun outhaul. In de vlagen iets strakker en in de luwtes losser om maximale kracht uit het zeil te krijgen.
Surfhouding bij upwind varen
Gebruik je gewicht bij het upwind varen. Hoe verder je lichaam van het zeil af is hoe effectiever je vaart. Vrijwel je volle gewicht moet aan de trapezehaak hangen. Het board kan daardoor veel vrijer over het water bewegen.
Hou je benen bijna gestrekt. Iets gebogen om golven op te kunnen vangen. Strek ook je voeten. Dus steun zoveel mogelijk op de bal van je voet en niet op je hiel. Daardoor duw je de lijrail in het water (het board iets op z’n kant) en kun je hoger aan de wind varen.
Leun met je bovenlichaam zoveel mogelijk naar buiten. Hou de giek vast met je handen niet te wijd uit elkaar en vaar met je armen gestrekt. Je schouders rol je naar voren. Draai je bovenlichaam naar de vaarrichting en kijk waar je naar toe wilt varen.
Sommigen houden bij licht weer met hun voorste hand het ophaalkoord vast in plaats van de giek. Zo hangen ze nog wat verder van het zeil af.
Ophaalkoord i.p.v. giek
Gewicht zover mogelijk naar buiten
Meer nuttige informatie over je vaarhouding, of 'stance' zoals de amerikanen het noemen, vind je hier
Trapezelijntjes
De bevestigingen van de trapezelijntjes op de giek staan dicht bij elkaar. Een vuist kan er nog net tussen. Hierdoor heb je veel gevoel over de balans in je zeil. Zoek de plek van de lijntjes op de giek zo, dat het zeil in balans is terwijl je de giek met je vingertoppen vasthoudt. Teveel trekkracht op de achterste hand: trapezelijntjes een paar centimeter naar achteren. Teveel kracht op de voorste hand: lijntjes een paar centimeter naar voren.
Tip: als ik de juiste stand van de trapezelijntjes eenmaal gevonden heb zet ik op die plek altijd met een stukje tape een merkteken in m'n zeil.
Vaar je trapezelijnen lang, zodat je je gewicht naar buiten kunt hangen. Bij het downwind varen ben je trouwens ook blij met lange trapezelijnen.
Upwindtactieken voor gevorderden
Upwind varen is meer dan alleen maar zo hoog en hard mogelijk tegen de wind in surfen. Topsurfers anticiperen op het juiste moment op (verwachte) winddraaiingen en vlagen. Zij kijken naar het water (vlagen), de wal (winddraaiingen) en de lucht (wolkenpartijen). Daarnaast proberen ze hun directe tegenstanders in het kruisrak waar mogelijk in een slechte positie te brengen, zodat ze last van vuile wind hebben. Tot enkele tientallen meters benedenwinds van een zeil (grofweg 5x de masthoogte) is de wind immers nog verstoord. Daar moet je als surfer niet zitten.
Wie heeft last van wie?
Maar ook bovenwinds van je zeil wordt de windstroom afgebogen. Een tegenstander die daar vaart kan, hoewel hij vrije wind lijkt te hebben, behoorlijk last van hebben. Als je vlak naast elkaar aan de wind vaart komt het dus heel precies wie nou eigenlijk last heeft van wie. Of je nou boven- of benedenwinds vaart, degene die met zijn boeg een paar decimeter achter de ander ligt heeft last van afgebogen wind.
Er zijn al boeken vol geschreven over upwindtaktieken bij het wedstrijdzeilen. Vooral bij de kleine één- en tweemansbootjes, die snel overstag kunnen gaan, is het kruisrak één groot taktisch slagveld. Op basis van één van die boeken legt Sean O’Brien (AUS-120) op zijn website uit, hoe je ook als wedstrijdsurfer gebruik kunt maken van de afbuiging van wind door je zeil. Het stuk geeft veel inzicht in de hogeschool taktiek voor het kruisrak.
Ga er maar eens rustig voor zitten en open CarbonSugar.com. Dan maak je kennis met de "hopeloze positie", de "veilige lijwaartse positie" en hoe je vanuit beide posities kunt aanvallen en verdedigen. Nog een leestip: open het laatste plaatje van de acht diagrammetjes onderaan. Dan krijg je een goed overzicht van de posities A t/m G waar Sean het over heeft.


















