De slalomstart...timing, snelheid.... en véél lef!!

 

Een slalomwedstrijd duurt maar kort...vijf tot acht minuten na het startsignaal is de heat meestal weer voorbij. Daarbij zijn de onderlinge snelheidsverschillen van slalomboards maar klein. En ook zijn er maar weinig tacktische keuzes tijdens een race te maken. Hooguit bij een boeironding kun je een gelijkwaardige tegenstander nog eens verschalken. Al met al draait een slalomrace dus vooral om de start. Wie als eerste weg is maakt een goede kans ook voorin te eindigen.

 

Photobucket

De slalomstart....timing, snelheid en veel lef (foto Albert Jissink)

 

Een topstart is bij de slalom dus essentieel om te kunnen winnen. Een topstart houdt in: exact op het startsignaal op volle snelheid bij de hoge boei over de lijn knallen. Dat is makkelijk gezegd….. maar on-ge-lo-fe-lijk moeilijk gedaan. Slalomstarten komt aan op timing, snelheid en vooral veel lef.

 

Hoe leer je het? Door vééééél te oefenen!!! Een ‘lucky start’ maakt iedereen wel eens, maar alleen de ervaren wedstrijdsurfers lukt het om vrijwel èlke slalomstart weer voorin te zitten. Eerlijk gezegd….mijn specialiteit is het ook nog niet helemaal, maar ik blijf eraan werken. :)

 

Hieronder mijn tips voor de perfecte slalomstart. De eerste stappen daarbij, de voorbereiding en de skippersmeeting, zijn net zo belangrijk als bij een formulawedstrijd en kun je nog even bij het onderdeel "de formulastart" doorlezen. En natuurlijk is een goed starthorloge een 'must' om  goede slalomstarts te kunnen maken.

 

Zo gaat een slalomstart in z’n werk!

 

De procedure voor de slalomstart is meestal een stuk korter dan bij een formulawedstrijd: drie of vier minuten. De op het Tjeukemeer meest gebruikte signalen zijn:

- nog drie minutensignaal: Gele vlag omhoog + geluidsignaal;

- nog één minuutsignaal: Gele vlag naar beneden;

- startsignaal : Groene vlag omhoog + geluidsignaal.

 

Photobucket

Drie minutensignaal gegeven... starthorloge gestart (foto Albert Jissink)

 

Nog drie minuten:

Bij zo’n korte procedure is het oppakken van het drie minutensignaal echt cruciaal. Je kunt het je nauwelijks permitteren dat je dat teken met je starthorloge mist. Je enige mogelijkheid om zo’n fout nog te herstellen is het één minuutsignaal en eigenlijk moet je dan al met andere dingen bezig zijn. Gelukkig wordt voorafgaand aan de eigenlijke startprocedure vaak vanaf de startboot nog een teken gegeven (een blauwe vlag, of een bord met het heatnummer), als waarschuwing dat het comité klaar is en binnen een minuut de procedure gaat beginnen. Goed opletten dus…. want het drie minutensignaal is gegeven voor je het weet.

 

Het eenvoudigst gaat dat als je even ergens rustig langs de kant in het water staat. Maar pas op… als je 300 meter van de startboot staat heeft het geluidsignaal één seconde vertraging voor jij het kunt horen, als je het al kunt horen. De visuele signalen zijn dan dus erg belangrijk.

 

Op open water kun je meestal nergens staan. Dan moet je zorgen dat je op tijd  in de buurt van de startboot dobbert. Bij veel wind is dat voor minder ervaren surfers vrij lastig. De beste plek is zo’n 30 tot 50 meter bovenwinds. Je hebt overzicht, toch dichtbij genoeg om het geluidsignaal goed te kunnen horen en, doordat je bovenwinds zit, kun je na het drieminutensignaal je verdere startstategie makkelijk uitvoeren zonder je zorgen te maken over je hoogte. 

 

Van drie minuten naar één minuut voor de start:

Als je staand vanuit het water gaat starten -een beachstart- hoef je in deze periode niet veel te doen. Je vaart direct na het drie minutensignaal naar de positie van waaruit je je aanloop naar de start wilt beginnen. Wacht daar rustig af, leg je zeil in positie, draai je cambers goed en zorg ervoor dat je voldoende ruimte en vrije wind houdt om straks je beachstart te kunnen maken.

 

Photobucket

Gele vlag...vaar naar de beginpositie voor je aanloop (foto Aris-Pieter de Jong)

 

Als je op open water start is een standaard startroutine (een vast vaarpatroon) erg handig. Dat kan bijvoorbeeld zijn:

- je vaart na het drie-minutensignaal eerst 20 seconden richting 1e boei,

- je maakt een gijp en vaart in 20 seconden terug over de startlijn,

- je vaart vervolgens 30-45 seconden door naar achteren gijpt weer,

- je hebt nu nog één minuut om weer aan de startlijn te komen.

Als je bij elke slalomstart een dergelijke vaste vaarpatroon volgt krijg je snel een goed gevoel voor de timing.

 

Van het één minuutsignaal naar het startschot:

Ongeveer één minuut voor het startsignaal beginnen de eersten met hun aanloop naar de startlijn. Cruciaal in die aanloop is voldoende power in je zeil... dus vrije wind! Als een tegenstander in de aanloop boven je langs komt ben je eigenlijk al verloren. Je komt in z’n vuile wind en z'n hekgolven terecht en je verliest dramatisch snelheid. Er komen nog meer tegenstanders met vuile wind over je heen en voor je het weet vertrek je als één van de laatsten.

 

Photobucket

De aanloop....vrije wind is belangrijk!

 

Ervaren surfers starten daarom meestal van achteruit en gebruiken een lange aanloop. Voordeel is dat je je board vroeg in plané trekt en al snel in de voetbanden kunt staan. Als je eenmaal een behoorlijke snelheid hebt glijd je makkelijker door windgaten en door de vuile wind van surfers die voor je in de weg varen.

 

Het eerste deel van de aanloop wordt nog niet helemaal op topsnelheid gevaren. Hier worden de laatste kleine correcties in de timing gemaakt. In de laatste 50 tot 100 meter naar de startlijn wordt naar topspeed versneld en is er eigenlijk geen weg meer terug. Je hebt goed getimed….. of een valse start.

 

Belangrijk om nog even te onthouden: bij een slalomstart geldt een extra regel die je bij de formulastart of bij het zeilen niet tegenkomt: in de laatste 30 seconden tot het startsignaal moet je je koers houden, Je mag dus niet in de aanloop naar de start je tegenstanders hinderen door extreem zigzaggen (bv. om tijd te winnen als je te vroeg bent).

 

Startstrategie: waar op de lijn ga ik starten?

 

Een slalomstart is grofweg halfwinds. Je hebt daarom een maar beperkte keuze: “Start ik bovenwinds (hoog) of benedenwinds (laag) op de lijn?” Meestal heeft de bovenwindse start veruit de voorkeur.

Vervelend is alleen dat iederéén daar graag wil starten en dat er uiteindelijk maar twee of drie goed weg zijn. Als een lage start dus mogelijk is is dat zeker het overwegen waard. Minder hectiek en meer ruimte om die perfecte start te kunnen maken.

 

Photobucket

Wat is beter....een hoge of een lage start? (foto Robert Hartholt)

 

Maar hoe bepaal je dat? Er zijn verschillende factoren van invloed op je keuze. Grofweg in volgorde van belangrijkheid:

1. Hoe ligt de eerste boei t.o.v. de startlijn?

2. Hoe ligt de startlijn t.o.v. de wind?

3. Hoeveel deelnemers zijn er?

4. Wordt er over bakboord of over stuurboord gestart?

 

1. Hoe ligt de eerste boei t.o.v. de startlijn?

Als de eerste boei t.o.v. de startlijn wat meer downwind is neergelegd -dus zodanig dat je er op een comfortabele ruime koers op af kunt varen- is een succesvolle lage start misschien mogelijk. 

Moet je echter flink knijpen om de eerste boei te halen dan ligt de boei op een halfwindse koers of zelfs iets upwind t.o.v. de startlijn. In dat geval is eigenlijk alleen de bovenwindse start een goede optie. Want, ook al is je start benedenwinds nog zo goed….. hoe dichter je bij de eerste boei komt, hoe meer last je van de vuile wind krijgt van de koplopers die boven je varen. Onontkoombaar verlies je dan in de laatste 200 meter naar de boei tientallen meters terrein en moet je uitkijken dat je nog voldoende hoogte kunt lopen om het merkteken te kunnen ronden. Dan heb je de wedstrijd eigenlijk al verloren.

Als de ligging van de eerste boei gunstig is - een beetje downwind- komt factor twee aan de orde…..

 

2. Hoe ligt de startlijn t.o.v. de wind?

Ook de positie van de startlijn is een cruciale factor. Een benedenwindse start is alleen zinvol als deze zijde van de startlijn ook echt voordeliger is. Een ervaren wedstrijdcomité legt de lijboei van de startlijn er meestal wat gunstiger in. Gunstiger wil zeggen dat je als het ware met een voorsprong begint als je aan deze zijde start. 

 

3. Hoeveel deelnemers zijn er?

Ook  het aantal deelnemers is een factor die je in je keuze mee kunt nemen.  Soms is het maximale aantal deelnemers in een slalomheat beperkt tot acht. Als de startlijn daarbij ook nog lang is wordt een benedenwindse startstrategie sneller lonend dan bijvoorbeeld met een startveld van vijftien deelnemers. De kans om last van vuile wind van bovenliggers te krijgen is bij weinig deelnemers immers beperkter.

Hoewel… Ik durf anderzijds ook wel weer de stelling aan dat in een groot deelnemersveld de kans op een perfecte bovenwindse start aanzienlijk kleiner is. Het is dus maar net wat jij wilt….  :)

 

4. Wordt er over bakboord of over stuurboord gestart?

Dit is niet van direct doorslaggevend belang voor de startstrategie, maar toch een factor om rekening mee te houden. Je krijgt ermee te maken als je niet als je niet in de kopgroep bij de eerste boei aan komt. De kopgroep is de boei al gerond als jij aan komt varen. Als je bovendien vanuit een benedenwindse startpositie komt is de kans groot dat jouw weg die van de kopgroep gaat kruisen. Dan geldt “stuurboord geeft voorrang aan bakboord”.

 

Ben je dus over bakboord gestart dan kan de kopgroep -over stuurboord- het wat jou betreft uitzoeken, maar jij vaart gewoon rechtdoor naar de boei. Ben je echter over stuurboord gestart dan moet jij voor al je voorliggers, die de boei zijn gerond, uitwijken. En dat is niet fijn als je ook de boei nog wilt halen. Conclusie: bij een start over stuurboord is een benedenwindse startstrategie riskanter als je niet als eerste bij de boei bent.

 

Op Cobus Windsurf Forum vind je reacties op dit stukje en kun je je eigen tips voor de perfecte slalomstart kwijt.

 

Buienradar

Reef Girls

Please update your Flash Player to view content.