Cobus is powered by:

Please update your Flash Player to view content.

Tien gouden regels voor een perfecte slalomtrim

 

Het juist afstellen van je slalomspullen is nog niet zo’n eenvoudige zaak. Vrij vertaald naar een artikel, vorig jaar gepubliceerd door Adrea Cucchi op www.Point-7.com, worden hieronder de meest voorkomende klachten bij het varen op slalomspullen op een rij gezet. Bij elk probleem wordt een aantal oplossingsrichtingen gegeven. Bij het zoeken naar de juiste oplossing voor het probleem wordt aanbevolen eerst te starten met het eerstgenoemde advies. Als dat niet, of onvoldoende werkt probeer je de tweede aanbeveling en zo verder.

 

1. Het zeil geeft teveel druk op de achterste hand.

a. Verplaats je trapezelijntjes 2 cm naar achteren. Hierdoor gebruik je bij het dichttrekken van je zeil meer je lichaamsgewicht i.p.v. je achterste hand.

b. Trek de outhaul 2 cm meer aan waardoor het zeilprofiel iets vlakker wordt. Ook dit vermindert de kracht op je achterste hand.

 

Photobucket

ITA-1: Andrea Cucchi (foto Point7.com)

 

2.   Het zeil voelt zwaar aan.

a. Geef het zeil 2 cm extra downhaul. De loose leach van het zeil wordt hierdoor groter zodat de wind het zeil in de bovenste helft makkelijker kan verlaten. Dit geeft een lichter vaargevoel van het zeil.

b. Gebruik je de juiste mast bij het zeil? Een mast met minder carbongehalte geeft minder reflex.  Daardoor voelt je zeil zwaarder aan. Ook door een verkeerde buigingscurve van de mast kan het zeil instabiel en zwaar aanvoelen. Let op: de IMCS-waarde van de mast geeft niet het soort buiging aan (bv. constant curve, flextop), maar alleen de stijfheid. Dus….zelfs als de IMCS-waarde van de mast correct is kan de de curve toch verkeerd zijn!!

c. Ook door een kortere mast te gebruiken dan geadviseerd, in combinatie met een langere verlenging, voelt het zeil lichter aan. De kortere mast heeft meestal 2 IMCS-punten minder dan de voorgeschreven en is dus minder stijf. De wind kan daarmee het zeil in vlagen sneller verlaten. Vooral voor lichtere surfers een remedie.

 

3. Het zeil voelt onstabiel aan. 

a. Geef het zeil 2 cm minder outhaul. Dit geeft een dieper zeilprofiel en zodat je een wat stabieler drukpunt in je zeil krijgt.

b. Trek de tackstrap strakker om de mastvoet en verhoog de spanning op de onderste 4 zeillatten. Hierdoor wordt de zeilbolling in het onderin dieper en stabieler.

 

4. Te veel druk op je achterste voet. 

a. Zet de positie van je giek op de mast 5 cm lager. Hierdoor ga je met je lichaam wat verder naar voren hangen en verplaats je je gewicht meer naar je voorste voet.

b. Gebruik langere trapezelijntjes. Op deze manier krijg je een betere grip van je voorste voet in je voetband en verminder je de druk op je achterste voet.

c. Verplaats de mastvoet 1-2 cm naar voren. Dit vermindert de kracht op je achterste been.

 

5. De voorste voet schiet uit de voetband waardoor een katapult volgt. 

a. Zet de voetbanden in de buitenste posities op het board. Deze oplossing helpt als je met je voet op de juiste positie op de rail van je board staat, maar tegelijk niet ver (vast) genoeg in de voetband. Door de voetbanden naar buiten te verplaatsen sta je steviger in de banden.

b. Verplaats de mastvoet 1-2 cm naar voren. Hierdoor verplaats je ook je gehele lichaam naar voren en dus ook je voorste voet. Daarmee komt je voet dieper in de voetband te staan.

c. Verlaag de positie van de giek op de mast met 5 cm. Ook dit zorgt ervoor dat je met je voorste voet meer naar voren gaat staan, omdat je gehele lichaam tijdens het surfen wat lager hangt. Een lagere giek geeft tegelijk ook meer controle bij het overpowerd varen.

 

6. De vin heeft te veel spin outs. 

a. Verplaats mastvoet 1-2 cm naar voren. Dit vermindert de druk op je achterste voet.

b. Verplaats de voetbanden één positie naar voren en verplaats tegelijk de mastvoet 1 cm naar achteren. Dit vermindert de druk op de vin.

c. Gebruik een 2-4 cm langere vin. Een langere vin kan meer druk van je achterste voet aan.

d. Verander van vinmerk of type als je hierna nog problemen hebt.

 

Photobucket

De perfecte slalomtrim (foto Lieuwe Faber)

 

7. De neus van het board wil voortdurend opstijgen.

a. Verplaats de mastvoet 1-2 cm naar voren. Het gewicht van het zeil zal het board wat meer naar beneden drukken.

b.  Verlaag de positie van je giek op de mast met 5 cm. Dit helpt je om het zeil zo rechtop mogelijk te varen. Daardoor heb je minder opwaartse lift van het zeil. Die lift kun je wel goed bij lichtere wind gebruiken maar niet als de wind toeneemt.

c. Gebruik een vin die 2-4 cm korter is.

d. Laat de downhaul 2 cm vieren. Minder loose leach vermindert ook de lift van het board in sterke wind. Het geeft ook meer controle in zeer sterke wind.

 

8. Het board plakt aan het water. 

a. Verplaats de mastvoet 1-2 cm naar achteren. Daardoor lift de neus van het board makkelijker en loopt het board vrijer.

b. Verhoog de positie van de giek op de mast met 5 cm. Dit geeft minder druk op de benen op de vin waardoor je het board beter op de rail kunt varen. Hierdoor lift de neus.

c. Gebruik een 2-4 cm langere vin. Een langere vin geeft meer lift en stelt je in staat om meer druk via je benen uit te oefenen en het board meer te railen.

d. Gebruik kortere trapezelijntjes. Dit heeft hetzelfde effect als het verhogen van de giekpositie.

 

9. Het lukt niet om het onderlijk op het board te trekken (close the gap).

a. Verplaats de mastvoet 1-2 cm naar voren. Hierdoor wordt het makkelijker om het zeil meer achterover te varen.

b. Verlaag de positie van de giek op de mast met 5 cm. Hierdoor beweegt de giek over een kortere afstand om het onderlijk op het dek van het board te trekken.

 

10. Ze zijn nog steeds sneller dan jij?

a. Heb je alle voorgaande punten gelezen en je setje zorgvuldig getrimd? Vergeet niet dat slalom varen méér is dan lui in je trapeze hangen en ontspannen! Om de maximale snelheid eruit te halen zul je licht overpowerd moeten varen en het board zonder angst tot het uiterste moeten pushen.

b. Verander direct je trimsettings als de wind toe of afneemt. Sterkere wind: langere trapezelijnen, mastvoet iets naar voren, kleinere vin en lagere giekpositie. Zwakkere wind: kortere trapezelijnen, mastvoet iets naar achteren, langere vin en hogere giekpositie.

c. Vind het juiste compromis om op het water de snelste te zijn. En probeer altijd net wat meer druk op je achterste hand te hebben zodat je deze extra kracht als een gaspedaal kan gebruiken als dat nodig is.

 

Formula: de positie van de mastvoet

 

Bij formulaboards is het belangrijk om met de mastpositie te experimenteren. Elk board is anders en de mastpositie kan daarbij een groot verschil maken in vaargevoel en prestaties. Om de mastpositie op verschillende boards te standaardiseren –zo heeft Jan Witteveen (NED-22) me geleerd- meet je altijd de afstand tussen het hart van de mastvoet en het midden van de voorste vinbout. Zo ergens rond de 116 cm is een goede positie om te beginnen. Het varieert een beetje, afhankelijk van je lichaamslengte, de giekhoogte waarmee je vaart en het zeilontwerp (bv. lange of korte giekmaat).

 

Om de juiste mastvoetpositie bij een zeil te bepalen ga je gewoon een middagje testvaren. Bij het testen verschuif je mast steeds een cm achterwaarts of voorwaarts. Achterwaarts als het board een zwaar en plakkerig op het water aanvoelt; voorwaarts als je bij het upwind varen moeite moet doen om de neus van het board laag te houden. Als je eenmaal voor die omstandigheden, en dat zeil de beste positie gevonden hebt meet je de afstand van mastvoet tot vinschroef en noteer je die in je notitieboekje. Eventueel markeer je de positie op je board. Je mast moet dus zo ver naar achteren staan dan de neus net geen vliegneigingen krijgt.

 

Photobucket

Board voelt plakkerig aan --> mastvoet naar achteren

 

Photobucket

De neus wil gaan vliegen --> mastvoet naar voren

 

Bij andere zeilmaten horen natuurlijk ander mastvoetposities. Volgens de amerikaanse formulaveteraan Steve Silvester geldt over het algemeen: hoe groter het zeil hoe verder de mastvoet naar achteren kan. (let op: het gaat hier om centimeters, hè) Grotere zeilen wegen meer en drukken de neus van het board daardoor wat beter naar beneden. Overigens moet je bij het varen met grotere zeilen ook je voetbanden iets verder naar achteren zetten.

 

Ik ben er eerlijk gezegd nog niet helemaal over uit of de theorie van Silvester klopt. Maar in ieder geval is het wel zo dat je bij minimale wind (en dus bij grotere zeilen) de mastvoet op formulaboards verder dan normaal naar achteren moet zetten om eerder te kunnen planeren. Het board komt eerder los.

 

Formula: de giekhoogte

 

Er zijn topracers die de giek boven ooghoogte varen, en ook op kinhoogte. Giekhoogte is dus iets erg persoonlijks. Wel moet je met een paar dingen rekening houden wanneer je je giekhoogte bepaald.

 

Allereerst: hoe hoger de giek, hoe stijver de mast aanvoelt. De vrije mastlengte van giek naar top wordt bij een hoge giekstand minder waardoor de mast minder vrij kan bewegen.

 

Ten tweede: hoe verder de mast naar voren op het board staat, hoe makkelijker de giek hoger gezet kan worden. Jan heeft het me een keer uitgelegd: “de driehoek van Duiker en Witteveen”. Beschouw het board, de mast en de giek als een denkbeeldige driehoek. Als je de lengte van één zijde veranderd moet er voor de gelijkvormigheid ook iets met de andere zijde gebeuren. Als de mast(voet) verder naar voren gaat moet de giek ook iets omhoog. Daarbij moeten ook het zwaartepunt van het zeil (= positie trapezelijntjes) in evenwicht met de positie van de vin zijn.

 

Veel surfers varen de giek onder normale formula-omstandigheden ongeveer op ooghoogte. Die stand geeft ze beste upwindsnelheid. Vaar je met een te lage giek dan sta je nog teveel met je voeten op het board waardoor die niet vrij genoeg kan lopen. Met een te hoge giek kun je het board weer niet voldoende onder controle houden. Je moet net dat gevoel hebben dat het board iets gelift wordt, op de vin vaart, licht aanvoelend en snel varend.

 

Bij weinig wind vaar je de giek wat hoger dan normaal. Je kunt daardoor bij het pompen je gewicht nog meer in je zeil hangen, waardoor je board eerder glijdt. 

 

Photobucket

Te weinig controle --> giek wat lager

 

Photobucket

Eerder planeren --> giek wat hoger

 

Er zijn nog wat andere effecten als je je giek hoger zet: het zwevende voetje. Als de mast tegelijk wat meer achterin staat is het lastiger om je voorste voet in de voetband te houden. Als ik met een hoge giek en de mast ver naar achteren vaar moet ik m’n voorste voet vast in de band wrikken zodat ie er niet uitgetrokken wordt. Terwijl de voorste voet zweeft komt de meeste druk van het tuig op de achterzijde van het board, door de druk op je achterste voet. Afhankelijk van je voetbandpositie komt de druk dus direct op de vin. Daardoor wordt de voorzijde van het board lichter en krijg je een beter gevoel over wat de vin doet.

 

De formulavinnen van Deboichet

 

Om bij het formulavaren topprestaties neer te kunnen zetten draait op dit moment alles om het hebben van de juiste vin. En ook al lijken ze op het eerste gezicht allemaal op elkaar, de ene formulavin is de ander nog niet. Deboichet heeft inmiddels al negen verschillende typen op de markt gebracht. Maar wat is nou het verschil tussen een R13 en een R17? Om je op weg te helpen hierbij, vrij vertaald naar een stukje van Gonzalo Costa Hoevel (ARG-3) en aangevuld met eigen ervaringen, wat informatie over de verschillende typen formulavinnen van Deboichet. Maar eerst wat uitleg over verschillende kenmerken van een formulavin en hun effecten op de vaareigenschappen:

 

De stijfheid:

De stijfheid van een vin (of zijdelingse flex) wordt bij Deboichet uitgedrukt in de letters H, M en S, aangevuld met +, ++, - of --. Overigens is hierover in de afgelopen jaren rumoer geweest. Het lijkt erop dat de aanduidingen van Deboichet niet altijd overeenkomt met de werkelijke stijfheid van de vin.

Softere vinnen geven meer lift (power); hardere meer controle. Daarbij heb ik de indruk dat vooral de flex in de tip van groot belang is. In het algemeen heb je met weinig wind een softe vin nodig (eerder aanplaneren, langer doorplaneren) en bij sterke wind een hardere vin (meer controle).

 

De rake:

The rake is de hoek naar achteren waaronder de vin op het board staat. De gekozen standaardhoek uit de beginjaren bij de Deboichetvinnen wordt “rake 0” genoemd. Dit houdt in dat -bij een lengte van 70 cm- de tip van de formulavin 10 cm naar achteren gehoekt (geraked) staat. Als een vin 3 cm rechterop staat, heet dat “rake +3”. De maximum rake bij Deboichet is +10. Dan staat de voorzijde van de vin onder een haakse hoek op het board. Hieronder is e.e.a. in een tabelletje vertaald.

Photobucket

De rake van een formulavin

 

Wat doet de rake van een vin? Een rechterop staande vin geeft meer power en een betere hoek upwind. Maar als je bij hardere wind betere controle wilt hebben heb je meer profijt van een vin die wat meer naar achteren gehoekt is. Mijn ervaring is dat de Starboards doorgaans een krachtigere vin – dus rechterop staand- nodig hebben de de F2’s. Voor Starboards hoor ik het meest een ideale rake van +8; voor F2’s een rake van +5.

 

Photobucket

Welke rake is dit?

 

Het profiel:

Een dikker vinprofiel geeft meer lift (power), een betere vaarhoek upwind en geeft een meer stabiel vaargevoel. Nadeel van dikke profielen is dat je eindsnelheid verliest. Dunnere profielen geven dus meer topspeed, maar je verliest power in lichtweercondities en je kunt minder scherpe hoeken upwind varen.

Als het dikste punt van het profiel relatief ver voorin zit geeft dat een zachter vaargevoel. Het dikste punt meer naar achteren is beter voor meer speed geörienteerde vinnen. 

 

Het vinoppervlak:

Een groter vinoppervlak geeft vanzelfsprekend meer power aan een vin. Een kleiner oppervlak maakt een vin sneller, maar tevens minder krachtig. Vinnen met een relatief groter oppervlak in de tip en een smallere basis geeft meer controle. Vinnen met een smalle tip, geven weer meer eindsnelheid.

 

Zo….nu de effecten van de verschilende kenmerken van formulavinnen zijn belicht kunnen we eens kijken naar de verschillende formulamodellen van Deboichet. Wat zijn zoals de eigenschappen?

 

De R12:

Een van de eerste vinnen was de R12. De R12 doet het vooral goed bij lichte of matige windomstandigheden en bij vlak water. Hij werkt wat minder bij veel wind en bij chop. De eindsnelheid van de R12 is niet zo hoog als een R13 of R14. Het is ook meer een vin voor surfers die graag op ‘gevoel’ varen, liever dan op de ‘power’ van een vin. Bij meer wind is ie nog wel geschikt voor de lichtere surfers. Nou ga ik toch gelijk maar wat relativeren, want Jan Duiker, toch niet de lichtste surfer in het formulacircuit, vaart de sterren van de hemel met een R12 onder z'n F2. Als je het gevoel hebt dat je board plakt is deze vin wellicht een oplossing, zo wordt gesteld.

Photobucket

Deboichet R12

 

De R13:

Lange tijd was de R13 DE standaard in de formulawereld. En het is nog steeds een van de meest gebruikte Deboichetvinnen. Bij lichte wind geeft de R13 een prima lift, een goede controle en een makkelijk vaargevoel. Maar ook bij sterke wind is de controle nog uitstekend en heeft ie een goede vaarhoek upwind. Ook de snelheid downwind is dan nog prima. Daamee is de R13 ook nu nog een van de beste allround formulavinnen op de markt.

Photobucket

Deboichet R13

 

De R14:

Gebaseerd op de R13 is voor omstandigheden met sterkere wind de R14 ontwikkeld. Maar ook lichtere surfers kunnen goed met deze vin overweg. De profieldikte is iets minder dan die van de R13. Ook het vinoppervlak is wat geringer. Op deze manier geeft de R14 in vergelijking met de R13 wat minder power, maar z’n topsnelheid is hoger. Het resultaat is een goed controleerbare vin vooral voor harde wind. Vooral downwind heeft deze vin een geweldige snelheid, maar hij heeft daarvoor veel wind nodig. De R14 werkt niet goed in underpowerde condities. Voor lichte surfers die liever een snel, licht vaargevoel hebben in plaats van een vin met veel power, kan de R14 een goede keuze zijn.

Photobucket

Deboichet R14

 

De R15:

De R15 is eigenlijk precies het tegengestelde van de R14: een erg krachtige vin, gebouwd voor de zwaardere surfers. De R15 geeft een prima hoek upwind. De R15 kan ook een uitstekende vin zijn voor lichte surfers bij lichtweer omstandigheden. Voor zware surfers geldt: hoe sterker de wind is en hoe harder je de vin pusht, hoe sneller ie gaat.

Photobucket

Deboichet R15

 

In de loop der jaren werden de formulaboards vooral achterin steeds breder. Ook de zeilen (bv. met de wide sleeve) werden steeds stabieler. Hierdoor werd het mogelijk om de formula’s met krachtigere vinnen te varen. Deboichet speelde hierop in met de ontwikkeling van een nieuwe generatie vinnen: de R16 en de R17. Deze formulavinnen geeft meer power, controle en topspeed. Dit komt door een beter compromis tussen profieldikte en vinoppervlak.

 

R16:

Om een krachtiger model te krijgen werd in vergelijking tot de R13 het oppervlak in de tip van de nieuwe vin vergroot. Daarmee werd wel meer power en upwindhoek verkregen, maar werd ook aan eindsnelheid verloren. Om dit te compenseren reduceerde Deboichet de dikte van de R16 en maakten ‘m vrijwel net zo dun als een R14. Het resultaat was een goede krachtige vin voor middenweer met -door z’n smalle basis en brede tip- een compleet andere vaarstijl dan de R13.

Photobucket

Deboichet R16 

 

R17:

Gebaseerd op de goede eigenschappen van de R16 moest er vervolgens een nog krachtigere formulavin ontwikkeld worden voor omstandigheden met weinig wind, en ook voor zwaardere surfers ook met meer wind. Wederom werd het oppervlak in de vintip vergroot, waarbij dezelfde profieldikte werd aangehouden als bij de R16. Het resultaat van deze veranderingen was dat bij weinig wind met de R17 hoger upwind gevaren kon worden, zonder topspeed te verliezen. Overigens is mijn ervaring tot nu toe dat de R17 wel drukgevoeliger is dat de R13. Je trapt ‘m upwind wat makkelijker in een spinout. 

Photobucket

Deboichet R17

 

Naarmate de boards achterin nog breder werden werd de roep om nog krachtiger vinnen steeds luider. Met de ontwikkeling in de afgelopen paar jaar van de R18, de R19, en nu binnenkort de R20 speelt Deboichet hierop in.

 

R18:

Deze vin een verdere ontwikkeling van de R17. Het is een nog krachtigere vin, vooral bedoeld voor licht weer condities en voor zware surfers met middenweer.

Photobucket

Deboichet R18

 

R19:

De R19 kwam in 2007 op de markt. Het is tot nu toe de meest krachtige Deboichetvin. Wel hoor ik hier en daar klachten dat de R19 wat eindsnelheid tekort komt.

Photobucket

Deboichet R19

 

R20:

Deze vin is momenteel in ontwikkeling als antwoord op de opkomst van onder meer de Kashy formulavinnen. In de loop van 2008 komt ie op de markt.

 

Welke formulavin je ook hebt, het belangrijkste verschil is nog altijd de rider die op het board staat. En een goede standaard Drake formulavin is misschien wel net zo effectief dan een verkeerde R13. Daarom adviseer ik je om de eerste paar jaar niet blindelings veel geld te investeren in dure vinnen. Doe eerst wat formula-ervaring en vaargevoel op. Dan kun  je na verloop van tijd veel gerichter zoeken naar de vin die echt bij jou past.

 

Info over Ifju

 

In het formulawereldje draait tegenwoordig alles om de vinnen. Na een jarenlange hegemony van Deboichet moet je sinds een jaar of drie een vin van de Amerikaanse vinnenbouwer Dave Kashy hebben om voorin mee te kunnen draaien. Dave kan de vinnen nauwelijks aanslepen en dus rijzen de prijzen de pan uit….. 1500 dollar als je je bestelling binnen drie maanden in huis wilt hebben. Een goede tweedehandse doet al gauw zo’n 1000 dollar.... als je er al aan kunt komen.

 

Gelukkig komen er nu zo langzamerhand goede alternatieven op de markt, die bovendien beter betaalbaar zijn. Zo vaarden het afgelopen seizoen Martin Ervin (EST-202), Johannes Ahun (EST-99) en Toomas Mölder (EST-44) uitstekende resultaten met hun nieuwe Z-Fins. Ik hoorde dat een ex-vliegtuigbouwingenieur achter deze Estlandse vinnen zit. Ze schijnen rond de 600 euro te kosten, net zoveel als een nieuwe Deboichet.

 

Ook het Poolse merk Virus vormt een prima alternatief voor de Kashy’s. Michael Polanowski (POL-16) en Przemyslaw Miarczynski (POL-126) varen met deze vinnen in de absolute top. De Virussen schijnen rond de 350 euro te kosten. In Australië worden verder de VMG Blades gemaakt. Sean o’Brien (AUS-120) vaart er zeker niet onverdienstelijk mee. Ook niet onvermeld moeten de Hurricane’s van de Duitser Otmar Sleenvoigt blijven. Je moet dan wel voor de FBR 8 of 10 gaan. En tot slot bouwt in het Amerikaanse Florida Peter Ifju hele goede formulavinnen.

 

Lastig van al die nieuwe merken -maar zeker ook van de Kashy’s- is dat er nauwelijks informatie over te vinden is. Ook moet je de weg weten om eraan te komen. Omdat ik het afgelopen seizoen wat ervaringen met Ifju-vinnen heb opgedaan zet ik hierover wat zaken voor je op een rij.

 

Photobucket

Ifju’s……de vinnen met de opvallende hoesjes

 

Peter Ifju is een Amerikaanse professor aan de University of Florida in Gainesville…. iets in aerodynamica en aerospace engineering. Toen zijn Kashy brak besloot hij zijn eigen formulavinnen te bouwen. Als een echte wetenschapper analyseerde hij samen met enkele studenten de gebroken Kashy en slaagde er vervolgens in om vinnen met dezelfde supereigenschappen te bouwen.

 

Voor zover ik weet heeft Peter twee verschillende mallen waarin hij zijn formulavinnen bouwt. Ifju’s vinnen hebben dezelfde outline als Kashy’s, een parabolisch verlopende leading edge (voorzijde) en een rechte trailing edge (achterzijde). Ze zijn stuk voor stuk handgemaakt en tot in de puntjes afgewerkt. De vinnen flexen vooral in de tip. Een Ifju kost in Amerika 700 dollar. In Europa komen daar nog de invoerrechten en belasting bovenop. Te bestellen zijn ze bijvoorbeeld via WindsurfingTour.com, maar ik heb ook wel ergens een email adres.

 

Photobucket

Van links naar rechts: de Ifju MW, LW en SLW

 

Vier vintypen

Tot nu toe ken ik vier typen formulavinnen van Ifju. De Ifju 70 MW XS is de standaard vin, vergelijkbaar met de Kashy 70 XS. MW staat voor midwind. Mijn ervaring is dat de vin fantastisch werkt in het bereik van zo’n 12 tot 20 knopen.

 

Er bestaat ook een Ifju 67 HW XS, zo blijkt uit de materiaallijsten van het WK Santa Pola. Deze vin heb ik nog niet in handen gehad. Ik vermoed dat de HW in essentie een MW is, gemaakt in dezelfde mal, maar aan de basis 3 cm ingekort. Daarmee is het een vin voor de zwaarste omstandigheden, 20 tot 30 knopen.

 

In de tweede mal produceert Peter de Ifju 70 LW XS. Deze vin is over de hele lengte circa 7 mm breder dan de MW. Daardoor heeft de vin een stuk meer power, meer geschikt voor het onderste windbereik vanaf 6 tot zo’n 15 knopen.

 

Sinds 2009 produceert Peter nu ook de Ifju 70 SLW XS. SLW staat voor superlightwind. In eerste instantie is de vin speciaal ontwikkeld voor de F2 Z, maar ik heb inmiddels ervaren dat ie het onder een Vapor ook prima doet. De SLW is in wezen een 72 cm lange LW die aan de onderzijde 2 cm is ingekort. De tip heeft daarmee meer oppervlak waardoor hij nog krachtiger is dan de LW.

 

Photobucket

De SLW is een 2 cm ingekorte LW 72

 

Net als Kashy ontwikkelt Peter zijn formulavinnen steeds verder door. En hoewel de buitenkant van carbon is experimenteert hij ook met verschillende materialen in de kern van de vinnen. Elk jaar worden ze iets beter. Het gaat om de juiste flex, twist en veerkracht. Tot nu toe heb ik alleen vinnen in handen gehad met de aanduiding XS. Bij nameting bleek echter dat de flex van de ene XS niet altijd hetzelfde is als de flex van de andere XS. Kijk daar dus mee uit.

 

Medio 2008 begon Peter naast een typeaanduiding met een soort productienummer op de vinnen. Hoe hoger het nummer hoe nieuwe de vin. Hij zit nu ergens bij nr. 160. Als je een Ifju zonder serienummer in handen hebt is ie dus gebouwd voor medio 2008.

 

 

Alles wat je over formulavinnen moet weten

 

Na het overzicht “De formulavinnen van Deboichet” op CobusWindsurfWorld heeft Sean O’Brien (AUS-120) op zijn site CarbonSugar nu een geweldig vervolgartikel geschreven: "Everything you should know about formulafins”.

 

Sean gaat uitvoerig in op de effecten van rake, tortional-stiffness (twist) en flex-stiffness (flex) op het vaargedrag van boards. Ook beschrijft hij naar welk vaargevoel je op zoek moet als je je formulasetje op een nieuwe vin gaat tunen. Kortom: een “must read” voor degenen die meer uit hun formula willen halen en mee willen kunnen praten over formulavinnen.

 

Photobucket

De flex van een vin (foto: Sean O'Brien)

 

Random Nieuws

04 oktober 2010, 19.46
Filmpjes van  NK Formula Lauwersmeer
Lees meer 457 Hits 0 Ratings
20 september 2011, 18.23
Wymaroo toch nog op Real Trip Party!!
Lees meer 548 Hits 0 Ratings
09 mei 2011, 21.13
Verrassende baan Volvo Regiocup
Lees meer 727 Hits 0 Ratings
24 februari 2010, 00.00
Leerzame discussies over de voorrangsregels
Lees meer 596 Hits 0 Ratings
05 juli 2010, 06.48
Heerlijke formuladag op Almere
Lees meer 1021 Hits 0 Ratings

Reef Girls

Please update your Flash Player to view content.